Karakteristiek van de Berkel
Totale lengte 114,6 km
Lengte in Duitsland 70 km
Lengte in Nederland 44 km
Omvang stroomgebied 849 km²
Bronnen Nabij Billerbeck (Dld)
Hoogte brongebieden 127 m en 131 m
Monding Kattenhaven in Zutphen (in de IJssel)
Hoogte monding 4 m boven NAP
Hoogteverschil in Duitsland 104 m (verhang 1,5 ‰)
Hoogteverschil in Nederland 20 m (verhang: 0,44 ‰)
Aantal stuwen in Duitsland 5 vaste
Aantal stuwen in Nederland 13 automatische en 3 vaste
Belangrijkste zijbeken in Duitsland Mühlenbach, Honigbach, Steinbach, Felsbach, Ölbach
Belangrijkste zijbeken in Nederland Ramsbeek, Leerinkbeek, Groenlosche Slinge, Visserij, Barchemse Veengoot,

De Berkel is een 114,6 km lange rivier die zijn oorsprong heeft in een klein bekken aan de rand van de Baumbergen bij het plaatsje Billerbeck in de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Het brongebied ligt in een akker even voorbij Billerbeck. Twee kilometer stroomafwaarts, dichter bij dit stadje, ligt een tweede brongebied, met diverse bronnen. De ‘officiële’ Berkelquelle is een nogal dichtgegroeide vijver aan de rand van de bebouwing. Vanaf Billerbeck stroomt de Berkel globaal in noordwestelijke richting langs de plaatsen Coesfeld, Gescher, Stadlohn en Vreden naar de Nederlandse grens. De rivier is in Duitsland onbedijkt en heeft zich soms diep in de akkers ingesneden. De stroomsnelheid is in de eerste kilometers het grootst, maar vanaf Coesfeld loopt de Berkel door de laagvlakte van het Münsterland. Daardoor is de stroming hier beperkt. Op enkele plaatsen zijn nog restanten van watermolens zichtbaar.

Stuw Velhorst

De Berkel passeert de grens in het minidorpje Oldenkotte. Anders dan in Duitsland ligt de rivier in Nederland vrijwel overal binnen kades. De stroomsnelheid is er aanzienlijk lager dan in het Duitse deel. Om het neerdalende zand op te vangen is bij Rekken een grote zandvang ingericht. Hier bezinkt per jaar zo’n 7.000 m3 zand. Het wordt er om de drie jaar uitgebaggerd en afgevoerd. Ook zijn er tal van stuwen in de Berkel geplaatst om de rivier op peil te houden. In de afgelopen jaren zijn er zowel in het Nederlandse als in het Duitse deel rivierherstelprojecten uitgevoerd, waarbij weer bochten en overstromingsvlaktes zijn aangebracht. Ook zijn er bij de meeste stuwen vistrappen aangelegd waardoor vissen en andere waterdieren weer de bovenloop kunnen bereiken. In Nederland passeert de Berkel de plaatsen Eibergen, Borculo, Lochem, Almen en Zutphen. In Zutphen mondt de Berkel uit in de IJssel.

De Berkel is een typische regenrivier, dat wil zeggen dat er grote verschillen kunnen optreden in de afvoer. Op drie plaatsen in de Berkel zijn aftakkingen aangelegd om overtollig water naar het Twentekanaal af te voeren en overstromingen in Lochem en Zutphen te voorkomen. De eerste plaats is ten oosten van Haarlo, waar water bij de Avinkstuw via de Bolksbeek in noordelijke richting wordt gestuwd. De tweede plek is in Lochem waar de Berkel vrijwel aan het Twentekanaal tipt. De derde plek is vlak vóór Warnsveld, bij de Warkense stuw. Hier takt het Afwateringskanaal af richting de sluis in het Twentekanaal in Eefde.

De Berkel bij Gescher
Het ontstaan van de Berkel

In prehistorische tijden stroomde er een kleine rivier vanuit de hoogveengebieden achter Winterswijk in noordwestelijke richting, om vervolgens even ten oosten van het huidige Borculo naar het westen af te buigen. Bij het huidige Zutphen stroomde dit riviertje door het inmiddels met zand gevulde gletsjerdal langs de Veluwezoom naar het zuiden. Dit riviertje mondde bij Doesburg uit in de Oude IJssel, in die tijd een van de stroomgeulen van de Rijn. Het noordwestelijk van Winterswijk stromende deel kennen we als de Groenlosche Slinge en het deel tot aan Zutphen is wat wij tegenwoordig de Berkel noemen.

Er was in diezelfde omgeving een tweede riviertje. Dit ontsprong in Duitsland aan de rand van de Baumbergen. Het stroomde eveneens eerst in noordwestelijke richting en daarna naar het westen. Maar bij het buurtschap Avink koos het weer een meer noordelijke koers om tenslotte uit te monden in de Vecht. Delen van deze noordelijke route (her)kennen we nog als achtereenvolgens de Koningsbeek in de Achterhoek en de Regge in Twente.

Een aantal gebeurtenissen is bepalend geweest voor de latere loop van de Berkel. Allereerst is dat de definitieve doorbraak van de Rijn door een waterscheiding bij Voorst, waardoor Rijnwater in noordelijke richting ging lopen. In feite is dit het ontstaan van de IJssel. Hoewel schriftelijke bronnen ontbreken, heeft deze doorbraak waarschijnlijk plaatsgevonden in het begin van de vierde eeuw na Christus, relatief recent dus. De Berkel mondde daarna niet langer uit bij Doesburg, maar bij Zutphen. En het water ging niet meer naar de Noordzee, maar naar het Aalmeer (Almere ofwel de latere Zuiderzee) en de Waddenzee.

De ophaalbrug van de Spitholderbrug is verplaatst naar Landgoed De Velhorst

Ruim 900 jaar later, in 1250 na Christus, werd er op voorstel van de Zutphense burgerij tussen het buurtschap Avink en het stadje Borculo een verbinding gegraven tussen het riviertje uit de Baumbergen en het riviertje uit de omgeving van Winterswijk. Daarmee verschafte Zutphen zich een handelsroute naar het Duitse achterland waar men hout en zandsteen kon halen. De Koningsbeek verzandde en het Duitse water stroomde nu voornamelijk richting Zutphen. Later, rond 1650, hebben de concurrerende Deventenaren op hun beurt een nieuwe verbinding gegraven naar ‘hun’ Schipbeek, de huidige Bolksbeek.

De (gegraven) Bolksbeek voert overtollig water van de Berkel af

In meer recente tijden nam de handel over de Berkel af. Men bouwde watermolens, die de scheepvaart in de weg stonden. Boeren en burgers ondervonden overlast van het soms hoge water. Notabelen in de Achterhoek ergerden zich aan de ‘achterlijke’ bedrijfsvoering van de kleine boeren en stelden landbouwhervormingen voor. Een bekende naam in dit verband is die van de gebroeders Winand en Willem Staring, de eerste bodemkundige en dichter en de tweede een technisch onderlegde artillerieofficier. Zij bepleitten rond 1865 een meer rationele afwatering. Daarvoor moest de Berkel worden gekanaliseerd, ‘genormaliseerd’ in het jargon. Overigens duurde het nog lang voordat dit op grote schaal gebeurde. Pas in de jaren ‘60 van de vorige eeuw werd de Berkel recht getrokken, verbreed en verrijkt met kaden en stuwen. Nog geen halve eeuw later ontdekte men dat dit ook flinke nadelen heeft. Op dit moment is het Waterschap Rijn en IJssel bezig met een groot aantal herstelprojecten om de Berkel weer meer te laten kronkelen en meer ruimte te geven. Daardoor kunnen overstromingen benedenstrooms beter worden voorkomen. Bovendien wordt de natuur er meer mee gediend en wordt water in tijden van droogte beter vastgehouden. De landschappelijke waarde voor onder meer de wandelaar neemt door al die projecten toe, zoals bijvoorbeeld tussen Zutphen en Almen of tussen Rekken en de grens kan worden ervaren.

De drie Berkelcompagnieën

Iedereen kent de Verenigde Oost-Indische Compagnie: de roemruchte, of voor sommigen beruchte, Nederlandse Handelsmaatschappij in koloniale waren. Zo’n handelsverband heeft zich, zij het op een veel kleinere schaal, ook voorgedaan rond de Berkel. Ja, zelfs meerdere keren. In 1643 nam de stad Zutphen het initiatief tot het oprichten van een handelsmaatschappij voor het transport van goederen over de Berkel naar en vooral vanuit het Duitse achterland. Met geld van beleggers werden bij de diverse watermolens langs de Berkel sluizen gebouwd om de Berkel beter bevaarbaar te maken. Vooral hout, zandsteen en aardwerk werden zo over water vervoerd. Toch werd het geen succes. De eerste Berkelcompagnie ging al in 1670 failliet. In 1766 werd een nieuwe poging gedaan. De inmiddels vervallen sluizen werden weer opgeknapt, ondiepten in de rivier weggewerkt en enkele meanders afgesneden. Maar ook nu bleven de opbrengsten onder de maat. De tweede Berkelcompagnie hield er in 1788 weer mee op.

In 2012 werd een derde Berkelcompagnie opgericht, maar nu met een geheel ander doel: gebiedsbranding. Onder meer door het organiseren van publicaties, conferenties, een jaarlijks cultureel festival en het onderhouden van een website probeert deze grensoverschrijdende ‘Stichting 3e Berkelcompagnie’ de cultuur, de historie, de natuur en het landschap van het Berkeldal onder de aandacht brengen, mede ten behoeve van het toerisme. Deze stichting moedigt de samenwerking aan tussen de diverse gemeenten die in beide landen aan de Berkel liggen.

Berkelzompen
Botenhuis Berkelzomp Lochem

Zompen zijn kleine platbodemvaartuigen die tussen 1670 en 1925 veelvuldig op de Oost-Nederlandse rivieren (Berkel, Vecht, Schipbeek en Regge) als vrachtschip werden ingezet. Zompen waren breed en hadden een zeer ondiepe ligging; de Berkelzomp was iets kleiner dan die van de overige rivieren. Toch kon het gebeuren dat de zompen aan de grond raakten als er te weinig water was. De schippers wierpen dan een dam op in de rivier en wachtten tot de rivier zich weer vulde. Daarna werd de dam doorgestoken en ‘surfden’ de zompen op de golf stroomafwaarts tot ze opnieuw vastliepen. Dan herhaalde deze voorstelling zich. De Berkel was vroeger bevaarbaar tot aan het Duitse Vreden.

Op de Berkel varen vier replica’s van de Berkelzomp: in Almen, Lochem, Borculo en Eibergen. Ze hebben de (Achterhoekse) namen van water- en oevervogels: de Snippe, de Ente en de Fute ofwel de watersnip, de eend en de fuut. De vierde boot is genoemd naar een van de laatste Berkelschippers, Gerard Wolfs, die luisterde naar de bijnaam ‘De Jappe’.

De Berkelzomp ‘Fute’ in Almen
Dames in badpak

Langs de route komt u op een aantal plaatsen een kunststoffen beeld tegen van een gezette vrouw in badpak die op het punt staat om een duik in de Berkel te nemen. Het eerste beeld (stroomopwaarts gezien) staat tegenover de ijsbaan in Zutphen in de tuin van B&B De Berkeltuin. De laatste staat vlak voor de ‘Berkelquelle’ in het voormalige openluchtzwembad van Billerbeck. In totaal gaat het om elf beelden op de route van Zutphen naar de bron bij Billerbeck. Het beeld ‘Die Badende’ werd gemaakt door de Duitse kunstenaar Winfried Nimphius uit Coesfeld. Hij maakte het beeld met medewerkers van een sociale werkplaats. In Vreden staat ook een mannelijke variant bij de vroegere watermolen in het centrum van de stad.

‘Die Badende’ in het voormalige openluchtbad van Billerbeck